Blind- en hoornvliesontstekingen 
(sclera- en cornea-ontsteking)
1. Bacteriële ontsteking.
2. Virale ontsteking.
Water van zwembaden is een vaak voorkomende bron van bindvliesontsteking
van virale oorsprong. Het Herpes Simplex Virus type 2 dat verantwoordelijk
is voor de bekende koortslip kan ook een ontsteking veroorzaken
op het hoornvlies.
3. Traumatische ontsteking (door een vuiltje, zand, strootje, haver,
rupshaar).
4. Ontsteking door een allergische reactie.
De allergische bindvliesontsteking is een overgevoeligheidsreactie
van type I. Bij type I overgevoeligheid worden er specifieke IgE
antistoffen gemaakt die bij een tweede contact een aantal mediatoren
vrijstellen uit specifieke cellen van het afweersysteem waaronder
histamine, prostaglandine en leucotriënen. Elke mediator ligt
aan de basis van specifieke klinische verschijnselen.
Histamine: Jeuk, rode vlekken en oedeem.
Prostaglandine: Gevoelige zenuwen, pijn, oedeem en rode vlekken.
Leucotriënen: Aantrekking van ontstekingscellen, oedeem
en toename van de vaatgevoeligheid, de bloedvaten worden meer doorlaatbaar.
Seizoensgebonden allergische bindvliesontsteking.
Symptomen: Jeuk, Rode en tranerige ogen, Gezwollen, gepigmenteerde
oogleden
Eigenschappen: Gevoeligheid voor stuifmeel
Voorjaarshoornvliesontsteking.
Symptomen: Jeuk, Dikke slijmafscheiding, Knobbeltjes op het bindvlies
Eigenschappen: 80% is jonger dan 14 jaar, Vooral bij mannen
Bindvliesontsteking met knobbeltjes.
Symptomen: Jeuk, Knobbeltjes op het bindvlies, Troebel zicht, Verminderde
verdraagzaamheid van contactlenzen
Eigenschappen: Letsel veroorzaakt door de rand van een contactlens,
oogprothese of hechtingen.
Allergische hoornvliesontsteking.
Symptomen: Jeuk, Gezwollen oogleden, Lichtschuwheid, Oppervlakkige
hoornvliesontsteking
Eigenschappen: Gaat vaak samen met atopische huiduitslag. Gevoeligheid
voor stuifmeel, huisstofmijt, haren van dieren, levensmiddelen.
Cataract (Grijze staar, grauwe staar, staar) 
Wat is cataract?
Cataract of grijze staar (ook wel grauwe staar of kortweg staar genoemd)
is het langzaam maar voortschrijdend troebel worden van de ooglens.
De ooglens heeft als taak het licht te breken tot een scherp beeld dat
op het netvlies valt. Naarmate de vertroebeling zich verder zet, kan
het licht niet meer doorheen de lens en kan het netvlies het licht niet
meer ontvangen. De vermindering van het zicht wordt ervaren als een
soort mist, alsof er een waas over de ogen hangt. Vaak verdraagt men
fel licht minder goed en is men verblind door de zon, kunstmatige verlichting
en autolichten. Soms ziet men zelfs dubbel.
Wat zijn de oorzaken van cataract?
Meestal is cataract een gevolg van het ouder worden. Iedereen die
lang genoeg leeft, ontwikkelt uiteindelijk cataract!
Leeftijdsgroep 65-74 jaar: 18-20 % cataract
Leeftijdsgroep 75-84 jaar: 37-59 % cataract
Boven de 84 jaar: 60-67 % cataract
Een vertroebeling van de lens kan ook veroorzaakt worden door een trauma
(slag of schadelijke straling), een aanslepende inwendige ontsteking
van het oog, glaucoom, stofwisselingsziekten zoals suikerziekte en nierziekten
of langdurige inname van bepaalde medicijnen zoals cortisone.
Tegen sommige andere oorzaken die cataract in de hand werken kan u
zich beschermen: blootstelling aan zonlicht, tabak, overmatig alcoholgebruik.
Er zijn aanwijzingen dat de vitamines A, B, C, E en polyonverzadigde
vetzuren een zeker bescherming bieden.
Behandeling van cataract.
Een behandeling is altijd operatief: de oude troebele lens wordt
vervangen door een transparante kunstlens. De operatie duurt slechts
30 minuten tot 1 uur. Via een heel klein gaatje in het hoornvlies
wordt de originele lens verbrijzeld met een vergruizer waarbij het
achterste gedeelte van het kapsel van de oude lens behouden wordt.
De stukjes oude lens worden gewoon weggezogen. Een plooibare kunstlens
wordt in het kapsel van de oorspronkelijke lens geplaatst. Omdat de
kunstlens niet van vorm kan veranderen in functie van de afstand tot
het bekeken voorwerp, zal het zicht nooit altijd en in alle omstandigheden
scherp zijn. Meestal heeft men nog een bril of contactlenzen nodig.
De operatie kan onder plaatselijke (met oogdruppels of een spuitje)
of gehele verdoving. De meeste patiënten (95%) kiezen voor een
plaatselijke verdoving. De genezing duurt ongeveer een 4-tal weken.
Vlak na de ingreep ziet men dikwijls alles door een roze waas. Gedurende
enige tijd zal u het gevoel hebben dat er zand in uw oog zit.
Glaucoom (Groene staar) 
Wat is glaucoom?
Glaucoom is een aandoening van de oogzenuw waarbij meestal een verhoogde
druk in het oog wordt waargenomen. Afwijkingen van de bloedvaten bij
of in het oog kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van glaucoom.
Los van de schade veroorzaakt door een te hoge oogdruk en een te geringe
bloedtoevoer, kunnen reeds beschadigde kleine zenuwvezeltjes een negatieve
invloed uitoefenen op de nog gezonde zenuwvezeltjes. Deze kettingreactie
laat ook de gezonde zenuwvezeltjes afsterven (=apoptose) waardoor
het glaucoom verder toeneemt. Schade aan de oogzenuw, die zo'n 1 200
000 kleine zenuwvezeltjes bevat, veroorzaakt een uitval van kleine
tot grotere gedeelten van het gezichtsveld.
De voorste oogkamer is gevuld met een helder vocht (het voorkamervocht)
dat permanent wordt geproduceerd en afgevoerd. Het straallichaam maakt
dit vocht aan. Het vocht vloeit vanuit het binnenste deel van het oog
doorheen de pupil naar de ruimte tussen het regenboogvlies en het hoornvlies
waar het via afvoerkanaaltjes (trabekelsysteem) in de bloedvaten terechtkomt
om afgevoerd te worden. Deze voortdurende productie van voorkamervocht
veroorzaakt een bepaalde druk in het oog die helpt om het oog op spanning
te houden en de bolvorm te bewaren. Het vocht binnenin het oog is verschillend
van het traanvocht dat buiten het oog wordt geproduceerd!
Doorgaans spreekt men van een verhoogde oogdruk boven de 21 mm Hg.
Er bestaan echter grote variaties tussen verschillende personen. In
5 - 10% van de gevallen is glaucoom ook mogelijk onder de 21 mm Hg.
Veelal speelt hier een slechte bloedtoevoer naar de oogzenuw een rol.
Bij andere personen veroorzaken drukken boven de 21 mm Hg niet noodzakelijk
glaucoom. Bij deze personen spreken we van oculaire hypertensie (een
verhoogde oogdruk zonder meer).
Wat zijn de oorzaken van glaucoom?
Glaucoom komt voor op latere leeftijd. Dan spreken we over de meest
voorkomende vorm van glaucoom dat ook "Chronisch Open Hoek Glaucoom"
(COHG) wordt genoemd. De naam "open hoek" verwijst naar
de hoek tussen het regenboogvlies en het hoornvlies die open blijft.
Er onderscheiden zich namelijk vier soorten glaucoom.
1. Chronisch open hoek glaucoom
oorzaken: De filter van de afvoerkanaaltjes van het
voorkamervocht (het trabekelsysteem) is verstopt.
eigenschappen: Erfelijk
Symptomen: geleidelijke uitval van het zicht., Voorkomen
boven de 40 jaar: 2%, Voorkomen vanaf 70 jaar: 5%, Voorkomen vanaf
80 jaar: 10%
2. Gesloten hoek glaucoom of acuut glaucoom
oorzaken: De afvoer van het voorkamervocht wordt belemmerd
omdat het regenboogvlies het trabekelsysteem afsluit.
eigenschappen: Komt voor bij mensen die een ondiepe
voorste oogkamer hebben. Mensen die verziend zijn, met een sterke
plus-bril, hebben een grotere kans deze vorm te krijgen.
Symptomen: een plotse oogdruk-stijging met een hardaanvoelende
oogbol, een pijnlijk rood oog met een half wijde pupil die niet
op licht reageert, acute gezichts-vermindering, misselijkheid en
braken, eenzijdige hoofdpijn.
3. Secundair glaucoom
oorzaken: Het afvoersysteem van het voorkamervocht
wordt hier verstopt door complicaties van andere oogaandoeningen.
eigenschappen: Ontstekingsprocessen na oog-operatie,
Verslechterde bloedvoorziening naar de retina bij diabetes mellitus,
Bloedingen of trauma's in het oog (bij een te hoge bloeddruk), Gebruik
van bepaalde genees-middelen zoals steroïden.
4. Congenitaal of juveniel glaucoom
oorzaken: Door een aangeboren afwijking is de afvoer van het voorkamervocht
verstoord.
eigenschappen: Deze kinderen hebben opvallend grote en 'mooie'
ogen, omdat het hoornvlies "gerekt" wordt.
Behandeling van glaucoom
Het onderzoek van de oogzenuw is van het allergrootste belang als
preventieve maatregel. De oogzenuw kan al veranderingen vertonen nog
vóór er sprake is van uitval van gezichtsvelden. Daarnaast
kunnen, bij personen die al last ondervinden, ook de oogdruk gemeten
worden en de grootte van het gezichtsveld bepaald worden.
De behandeling van glaucoom is erop gericht het verloop van de ziekte
te stoppen; bestaande schade is immers niet meer te herstellen.
De eerste stap in de behandeling bestaat uit:
geneesmiddelen die de oogdruk doen dalen. Deze medicijnen worden
aangeboden in de vorm van oogdruppels die inwerken ofwel op de productie
van het voorkamervocht ofwel op de afvoer ervan. Sommige oogdruppels
hebben nevenwerkingen op hart en longen en kunnen niet gebruikt worden
bij patiënten met chronisch astma, obstructief longlijden of
hartfalen. Ook hypoglycemie kan gemaskeerd worden (belangrijk bij
diabetespatiënten). Vertel uw behandelende oogarts altijd welke
andere medicatie u gebruikt! Vertel ook altijd aan uw huisarts dat
u behandeld wordt voor glaucoom.
-
Miotica: werken in op de spieren van de afvoerkanaaltjes van
het oog. De afvoerkanaaltjes worden opengetrokken. U begint echter
wel wat donkerder te zien, omdat de pupil kleiner wordt (=miose).
-
Bèta-blokkers: zijn de krachtigste drukdalers, maar ze
hebben echter bijwerkingen op hart en longen.
-
Adrenaline: wordt meestal gecombineerd met andere medicatie. Een
nadeel is dat er soms een pigmentatie van het bindvlies kan optreden.
-
Koolzuuranhydraseremmers: in vloeibare vorm als oogdruppels
laten eveneens de oogdruk dalen. U kan wel af en toe last hebben
van een bittere smaak.
-
Prostaglandines: zullen het te veel aan voorkamervocht via een
alternatieve weg afvoeren: namelijk langs de uveosclerale weg, tussen
twee verschillende lagen (het vaatvlies en het bindvlies) van de
oogbol.
-
Alpha2-agonisten: voorkomen dat zieke zenuwvezeltjes van de
ogen de nog gezonde zenuwvezeltjes verder aantasten. Op die manier
wordt naast het dalen van de oogdruk, ook de oogzenuw beschermd.
De tweede stap in de behandeling bestaat uit:
laserbehandeling of trabeculoplastie. De bedoeling van deze lasertechniek
is de mazen van het afvoersysteem beter doorgankelijk te maken. Indien
nodig kan deze behandeling meerdere malen herhaald worden. Deze techniek
gebeurt onder plaatselijke (druppel) verdoving.
De derde stap in de behandeling bestaat uit:
operatie of trabeculectomie. Bij deze operatie wordt een nieuw afvoerkanaaltje
gemaakt. Dit gebeurt meestal onder lokale (spuitje) verdoving.
Daltonisme (Kleurenblindheid) 
Personen met kleurenblindheid zijn niet echt blind voor alle kleuren.
Ze hebben een gestoorde kleurwaarneming. Bij kleurenblindheid wordt
het netvlies minder gevoelig of totaal ongevoelig voor één,
twee of drie grondkleuren. De grondkleuren zijn rood, groen en blauw.
Alle andere kleuren ontstaan door vermenging van deze grondkleuren.
Meestal is de waarneming van de groene kleur verstoord en in 10 % van
de gevallen is enkel de rode kleur perceptie verminderd. Stoornissen
van de blauwperceptie komen heel zelden voor.
Vooral mannen lopen een groter risico op kleurenblindheid. Het gen
dat verantwoordelijk is voor deze afwijking is gelegen op het X-chromosoom.
Bij een meisje (met twee X chromosomen, één van de moeder
en één van de vader) moet zowel de vader (met XY) als
de moeder (met XX) kleurenblind zijn om het ook te krijgen. Een jongen
(met één X chromosoom en één Y chromosoom)
krijgt het genetisch defect meestal van een normaal ziende moeder
die draagster is van het defect op één van haar X chromosomen.
Naast deze familiale voorbeschiktheid is er ook een onderscheid tussen
de rassen. Het percentage kleurenblinden is het hoogst bij de blanke
bevolking (8%).
Aftakeling van de gele vlek (Maculaire degeneratie) 
In de gele vlek van het netvlies bevinden zich de lichtgevoelige cellen
die contrast en kleuren kunnen waarnemen: de kegeltjes. Maculaire degeneratie
is een ziekte waarbij de kegeltjes afsterven zodat het scherp zien vermindert.
Onze voeding is van groot belang om deze aftakelingsziekte te voorkomen.
Kegeltjes zijn erg gevoelig voor beschadiging door elektrisch geladen
zuurstofmoleculen, de zogenaamde vrije radicalen. Alcohol, verzadigde
vetzuren en cholesterol zijn mogelijk betrokken bij deze aftakeling
door vrije radicalen. Anti-oxidanten uit de voeding zijn stoffen die
de schadelijke effecten van de vrije radicalen tegengaan. Vitamine
A, D, E en selenium zijn sterke anti-oxidanten. Tevens is het goed
om groenten te nemen met veel carotenoïden zoals rauwe wortelen,
boerenkool, spruiten, spinazie, maïs, broccoli, groene erwten,
tuinbonen, tomaten en bladsla.
Lui oog 
Een lui oog betekent dat één van de twee ogen niet
meer mee doet aan de beeldvorming omdat de oogspiertjes niet helemaal
goed functioneren. Tot de leeftijd van 10 jaar kan het oog opnieuw
geactiveerd worden door het andere oog enige weken af te plakken.
Op oudere leeftijd heeft dit geen nut meer.
Lasogen 
Lasogen ontstaan wanneer u de ogen onvoldoende beschermd heeft tegen
fel licht. De ogen voelen pijnlijk en branderig aan en u kunt weinig
licht verdragen. Zonlicht werkt drievoudig in het oog. Ten eerste
via de rechtstreekse straling (=ultraviolette B stralen en infrarode
stralen kunnen verbranden), ten tweede via de weerkaatsing van de
UV-stralen (=sneeuwblindheid) en ten derde via weerkaatsing van de
zonnestralen (=verblinding).
Scheur of loslating van het netvlies (Retinaloslating) 
De meeste netvliesloslatingen worden veroorzaakt door één
of meerdere scheurtjes in het netvlies. Deze gaatjes of scheurtjes worden
veroorzaakt door veranderingen in het glaslichaam, een geleiachtige
stof binnen in het oog (glasvocht), dat op een aantal plaatsen vast
zit aan het netvlies. Wanneer het glasvocht gaat krimpen en als dit
proces te snel verloopt, dan kunnen er op de plekken van aanhechting
met het netvlies gaatjes ontstaan. Zo kan er vloeistof tussen netvlies
en de diepere lagen van het oog komen. Dit is nu netvliesloslating!
Dat deel van het netvlies dat losgelaten is van de diepere laag kan
niet meer goed functioneren.
U ziet lichtvlekken terwijl het oog gesloten is. Er is een vaste schaduw
of grijze sluier van het gezichtsveld. Zolang het centrale deel van
het netvlies niet heeft losgelaten, is de gezichtsscherpte nog vrij
goed.
Melanoom 
Melanoom in het oog komt overeen met een woekering van pigmentcellen.
Als het melanoom begint in het regenboogvlies, dan ziet u een donkere
vlek op het regenboogvlies. Is het melanoom aanwezig op het straallichaam
of het vaatvlies, dan ziet u een troebel beeld. Melanoom kan ook geen
symptomen hebben. Zo kan de kanker groeien zonder dat men het heeft
opgemerkt. Melanomen worden vaak ontdekt tijdens een routine oogonderzoek
wanneer men binnen in het oog kijkt.
Aandoeningen van de oogleden 
-
Strontje of hordeolum: een "strontje"
is een kleine ontsteking (steenpuist) in een ooglid, veroorzaakt
door bacteriën. Het gaat om een ontsteking van een smeerkliertje
van een ooghaar.
-
Ontsteking van een ooglidrand of blefaritis: deze ontsteking
van het ooglid uit zich in een jeukerig oedeem van het ooglid
met een rode wimper en korsten aan de wortel van de wimper.
-
Hagelkorrel: Dit is een harde knobbel op het ooglid (enkel-
of meervoudig) dat gemakkelijk tot herbesmetting leidt. Het is
een ontsteking als gevolg van een verstopping in de klieren van
de wimpers.
-
Xanthelasma: een goedaardige tumor van de oogleden: er
is een gele vlek aan de neuskant van het bovenste ooglid te zien.
Deze vlek is een cholesterolophoping.
Verkeerde stand van de oogleden 
-
Ooghaartjes naar binnen gekeerd: trichiasis.
-
Omkrulling van het ooglid naar binnen toe: entropion.
-
Omkrulling van het ooglid naar buiten toe: ectropion.
-
Onvoldoende sluiting van de oogleden: lagophtalmos.
-
Te veel aan huid van de oogleden: blefarochalasis.